Keuzemodules GZ K&J en GZ V&O

Binnen het GZ-curriculum volgen deelnemers in februari van het tweede opleidingsjaar een keuzemodule. Zo bevordert de RINO Groep het gepersonaliseerd opleiden van haar deelnemers, rekening houdend met de al aanwezige kennis, kunde en ervaring. Alle modules staan gepland in de periode 3 november t/m 21 november 2025.

De keuzemodules zijn door de werkgroep Keuzemodules en in samenspraak met hoofddocenten en docenten ontwikkeld voor de GZ-opleiding. Bij de selectie van de onderwerpen hebben de verschillende curriculumcommissies van de GZ-opleiding een beslissende stem gehad. De gekozen onderwerpen sluiten aan bij de maatschappelijke ontwikkelingen in het vak GZ-psycholoog. Daarnaast sluiten de keuzemodules aan bij het niveau en de werksetting van zowel deelnemers GZ V&O als deelnemers GZ K&J. 

Hoe werkt het?

We vragen je om tussen 3 maart en 21 maart 2025 een top drie aan ons door te geven via het inschrijfformulier op onze website. 

Onze medewerkers maken op basis van de voorkeuren van alle deelnemers een definitieve indeling. De keuzemodules hebben een minimum en maximum aantal inschrijvingen. Indien er meer inschrijvingen zijn dan plaatsen, vindt er een loting plaats. Uiterlijk 7 april 2025  ontvang je per e-mail bericht over je definitieve inschrijving.

Het aanbod bestaat uit de volgende modules:

Inhoud
Patiënten die de ggz binnen komen krijgen niet alleen te maken met specifieke behandelvormen (exposure, gedragsactivatie, ervaringsgerichte oefeningen, uitdagen van disfunctionele overtuigingen, etc.) die moeten helpen om hun klachten en problemen te verminderen. Ze krijgen ook te maken met specifieke hulpverleners die deze behandelvormen op hen toepassen. Die behandelvormen hebben altijd ook een belastende component: patiënten worden uitgenodigd om naar schaamtevolle kwetsbaarheden van zichzelf te kijken, om verkeerde gewoonten die houvast boden los te laten, om onaangename risico’s te nemen, etc. Specifieke persoonskenmerken en gedragingen van de hulpverlener (leeftijd, geslacht, opleidings- en opvoedingsachtergrond, ervaringsjaren, mens- en wereldbeeld, religieuze, culturele, etnische afkomst, omgangsstijl etc.) beïnvloeden de manier waarop specifieke behandelvormen door patiënten worden ontvangen.

Hulpverleners proberen meestal om op menselijk vlak zo goed mogelijk bij de patiënt aan te sluiten. Dat is immers de beste manier om het vertrouwen van de patiënt in de aangeboden behandelvorm te winnen en om de samenwerking van de patiënt op het gebied van behandeltaken en behandeldoelen zo goed mogelijk te garanderen. De mate waarin de hulpverlener de aansluiting weet te maken wordt vaak gezien als bepalend voor de kwaliteit van de behandelrelatie.

Behandelrelaties zijn niet alleen voorwaardenscheppend om de eigenlijke behandelvormen hun werk te kunnen laten doen. Het therapeutisch hanteren van de behandelrelatie gaat een wezenlijke stap verder dan dat: de communicatievormen en -patronen tussen patiënt en hulpverlener zoals die zich tijdens hun  behandelcontacten vaak verhuld (“voelbaar, maar moeilijk tastbaar”) voordoen zijn hier het speerpunt van de behandeling. Het doel van deze manier van therapeutisch werken is om (1) patiënten meer zicht te geven op de onbedoelde en ongewenste effecten van hun aangeleerde, disfunctionele gewoonten om zich met anderen te verbinden, alsmede (2) om hen te helpen meer functionele gedragsalternatieven te ontwikkelen. De hulpverlener gebruikt zichzelf (eigen gevoelens, gedachten, fantasieën, actietendenties) daarbij als diagnostisch en therapeutisch instrument. Het uitspreken van hoe de communicatie van de patiënt over komt (meta-communicatie) is een belangrijke therapeutische interventie, evenals de exploratie van wat het doen en laten van de hulpverlener bij de patiënt aan gevoelens, gedachten, fantasieën en actietendenties teweeg brengt. Deze manier van werken is vooral aangewezen bij patiënten(groepen) die de spreekwoordelijke ‘uitdaging’ vormen voor hulpverleners binnen de ggz.

In deze module leren cursisten zichzelf als (a) diagnostisch en therapeutisch instrument in te zetten en leren zij (b) behandeltaken en behandeldoelen “uit te onderhandelen” met de patiënt. Het zichzelf leren gebruiken als diagnostisch instrument wordt ondersteund door eenvoudige zelfbeoordelingsschalen voor hulpverleners, waarmee cursisten in deze module vertrouwd worden gemaakt. De module is sterk praktijkgericht. Cursisten wordt gevraagd om eigen lastige casuïstiek (moeilijk lopende behandelingen) in te brengen. In een veilig leerklimaat wordt met behulp van rollenspeloefeningen geprobeerd zicht te krijgen op wat er stroef of vast loopt in de communicatie, en hoe dat mogelijk anders kan.

Data en tijden
Vrijdag 7 november, 14 november en 21 november 2025
10.00 - 17.00 uur

Docenten
Anton Hafkenscheid en Mirjam Hospers

Locatie
RINO Groep La Vie, Utrecht


Interview

‘Steeds vaker gedraagt de patiënt zich niet zoals het behandelprotocol voorschrijft’

Anton Hafkenscheid vertelt over de keuzemodule die hij samen met Guido Machielsen verzorgt: 'Deelnemers leren hoe je als hulpverlener omgaat met mensen die sceptisch zijn of weerstand voelen tegen bewezen effectieve technieken.'
Lees meer >

Inhoud
Uit onderzoek is gebleken dat mensen die geluk belangrijk vinden en het expliciet proberen na te streven, dat juist moeilijker bereiken en zich eenzamer voelen dan mensen die dit niet doen.

Geluk wordt hierbij gezien als de aanwezigheid van positieve en de afwezigheid van negatieve emoties.
In de huidige hulpverlening wordt - impliciet - nog altijd uitgegaan van dit geluks-uitgangspunt. De huidige behandelprotocollen bevatten veel technieken gericht op het afkomen van klachten als angst en depressie. Hoewel ze zeker kunnen helpen, helpen ze niet iedereen en vallen mensen vaak terug.

De laatste jaren is in de gedragstherapie ook een verrassend ander perspectief op geestelijke gezondheid en geluk ontwikkeld wat uitgaat van de veronderstelling dat psychologische pijn een onlosmakelijk deel van het menselijk bestaan is en een eigen plek verdient.

In Acceptance and Commitment Therapy is het ruimte maken voor ongemakkelijke emoties en de strijd hiertegen staken, een belangrijke voorwaarde voor het daarna opnieuw kunnen kiezen voor activiteiten die er werkelijk toe doen.
In de cursus ACT zult u zelf ondervinden dat dit ‘ruimte maken’ iets geheel anders is en veel meer omvat dan het simpele advies ‘het accepteren’, aangezien accepteren niet iets is wat u kunt ‘doen’. En toch is het een vaardigheid die geleerd kan worden.

Doel
In deze cursus is het allereerst de bedoeling om de 6 verschillende kernprocessen van ACT zèlf te ervaren door middel van experiëntiële oefeningen, verhalen, metaforen en paradoxen.
Deelnemers worden aangemoedigd op zoek te gaan naar nieuwe ervaringen die iets buiten de eigen comfort-zone liggen. Dit is belangrijk omdat ACT niet zozeer in eerste instantie een beroep doet op ‘begrijpen’ en ‘technische therapeutische vaardigheden’, maar meer een andere manier van in het leven staan is die nieuwe perspectieven opent. Vanuit deze eigen ervaring kunnen de processen beter overgedragen worden aan cliënten.

Data en tijden
Maandag 3 november, 10 november en 17 november 2025
10.00-17.00 uur 

Docent
Paul Korsten

Locatie
RINO Groep, Utrecht
 

Interview

'Gedragstherapie is lang gedragstechnologie geweest’

Paul Korsten vertelt over de keuzemodule die hij samen met Gert-Jan Prosman verzorgt: 'Mensen - dus ook deelnemers en cliënten - zitten vrij veel in hun hoofd. ACT nodigt uit om het sturende hoofd opzij te zetten.'
Lees meer >

 

Inhoud
Jongeren met ernstige gedragsproblemen zijn zeer moeilijk te behandelen. De evidentie is dat met gezinsgerichte interventies zoals met RGT (relationele gezinstherapie), MST en MDFT het meeste effect behaald kan worden. Ook CGT kan effectief zijn maar het is zo moeilijk deze jongeren te motiveren om in behandeling te komen en te blijven. Outreachende zorg geeft dan de meeste kans, zeker ook als het systeem erbij betrokken wordt. Juist ouders, familie en omgeving (school) kunnen deze jongeren uiteindelijk beïnvloeden en positieve veranderingen bestendigen. Toch kiezen veel behandelaren ervoor om individueel te starten omdat dit het ' makkelijkst' of het 'veiligst' voelt. Het is spannend en eist veel van je om een gezin binnen te stappen waar zich veel conflicten afspelen, waar je de taal niet/beperkt van spreekt en de cultuur vaak zo anders is dan waar jij vandaan komt. Hoe introduceer je jezelf, wie adresseer je als eerste en waarom, wat zijn de eerste zaken die je bespreekt? Hoe ga je om met beschuldigingen naar eerdere 'foute' zorg, als ze jou klemzetten met eisen of boos op je worden? 

De drie dagen zullen ingaan op de meest voorkomende patronen in deze gezinnen, hoe je directief kan zijn zonder te beschuldigen, een werkrelatie kan opbouwen waardoor alle gezinsleden zich gehoord/begrepen kunnen voelen en samen met hen een thema kan bouwen over wat er met het gezin aan de hand is en waar de gedragsveranderingen logisch uit volgen.

De methodiek komt vooral voort uit de systeemtheorie en CGT. Mirjam en Erik zijn vooral opgeleid in RGT, maar zullen ook de interventies MST en MDFT bespreken.

Naast veel informatie en filmpjes zal er vooral geoefend worden, juist omdat systeeminterventies veel van je vragen op veel niveaus. Ook het non-verbale aspect van de werkrelatie zal met de cursisten besproken worden omdat cliënten juist in deze spannende gesprekken eerder op de non-verbale communicatie letten.

Data en tijden
 
 10.00 - 17.00 uur

Docenten
Mirjam Heinemans en Erik Jongman

Locatie
RINO Groep Utrecht
 

Interview

'Ook therapeuten kunnen soms vanuit goede intenties het verkeerde doen’

Mirjam Heinemans vertelt over de keuzemodule die zij samen met Erik Jongman verzorgt: 'In deze module leren deelnemers hoe ze met hun houding en laagdrempelige benadering een gezin met een pechdossier kunnen triggeren om in gesprek te blijven.'
Lees meer >
 

Inhoud
Vanaf onze geboorte tot onze dood hebben we relaties. Levensgebeurtenissen zoals overlijden van geliefden, onbevredigende relaties, verhuizingen, verlies van werk en/of traumatische gebeurtenissen worden door velen als ingrijpend ervaren. Centraal staat daarbij dat er verandering optreedt in hoe je je tot de mensen om je heen verhoudt. Interpersoonlijke psychotherapie stelt deze interpersoonlijke omstandigheden centraal. De hechtingstheorie is een belangrijke peiler waarop deze behandelmethode is ontwikkeld. Het bijzondere aan IPT is dat deze veel ruimte biedt aan de therapeut om vorm en inhoud aan de behandeling te geven, passend bij problematiek en aard van de patiënt. Een warme, open en respectvolle relatie tussen patiënt en behandelaar zijn kenmerkend.
In deze driedaagse cursus bespreken we de theorie van IPT,  demonstreren we een aantal interventies en gaan we daarmee in subgroepen ook oefenen.

Je kiest voor deze keuzemodule wanneer je:
•        Een leuke en stimulerende therapievorm wilt toevoegen aan je behandelarsenaal;
•        Interesse hebt in een andere manier van werken en denken dan in de meest gangbare behandelmethodes geboden wordt;
•        Jezelf een effectieve, eenvoudig toepasbare behandelvorm voor patiënten met een stemmingsstoornis (of PTSS) wilt aanleren;
•        Patiënten wil behandelen die soms moeite hebben met protocollaire behandeling vanuit de cognitieve gedragstherapie.

Docent
Kosse Jonker 
 
Data
Dinsdag  4 november, 11 november en 18 november 2025
10.00- 17.00 uur
 
Locatie
RINO Groep, Utrecht

 

Inhoud
Ondanks het feit dat iedereen regelmatig met verschillende vormen van verlies te maken heeft, kan het erg moeilijk zijn om daar mee om te gaan. Zeker verlies door een overlijden kan tot grote psychische ontregeling leiden en daarnaast op onbegrip van de omgeving stuiten. Bovendien ervaren professionals in de klinische praktijk geregeld handelingsverlegenheid bij cliënten in rouw. Deze keuzemodule biedt een inzicht in hoe rouw door dood op verschillende leeftijden wordt ervaren en geeft aanwijzingen hoe dood bespreekbaar is te maken en, indien nodig, complicaties in rouw zijn te behandelen. Het is een ervaringsgerichte keuzemodule, waarin naast het bespreken van theorie aan de hand van voorbeelden uit de praktijk ook praktisch geoefend wordt. Het oefenen biedt de mogelijkheid om de eigen houding ten aanzien van de dood te onderzoeken, zodat de eigen rouwreacties of visies over de dood de behandelaar niet tijdens een sessie overvallen en beperken. Er is ruimte voor het bespreken van casuïstiek.
 
Opbouw:

  • De eerste lesdag: determinanten en mediatoren van een rouwproces van zowel kinderen als volwassenen. Hierbij komt onder andere de invloed van ontwikkeling tot volwassenheid en daarna aan de orde. De invloed van verschillende manieren van overlijden op rouw en culturele verschillen worden besproken.
  • De tweede lesdag: de zorgpiramiden bij rouw, het onderscheid tussen ‘normale’ en gecompliceerde rouw, diagnostiek en behandelingen voor verschillende leeftijden.
  • De derde lesdag: verschillende oude en nieuwe rouwmodellen. Hoe die als handvat – niet als harnas - kunnen worden ingezet bij begeleiding en behandeling. Het belang van het erbij betrekken van het systeem en suggesties hoe dat te doen komen ook deze les aan de orde.
GZ differentiatie
V&O/ K&J

Data en tijden
Donderdag 6 november, 13 november en 20 november 2025
10.00 - 17.00 uur

Docent 
Carine Kappeyne van de Coppello

Locatie
Utrecht, RINO Groep

Wil je je inschrijven voor de GZ keuzemodule?

Wil je meer informatie over de keuzemodules?